|
Stikstof en Natura 2000 voor veehouderijbedrijven in de provincie Overijssel |
Op dinsdag 13 april 2010 hebben Gedeputeerde Staten van Overijssel het beleidskader "Natura 2000 en stikstof voor veehouderijen" (het beleidskader) vastgesteld. Op 27 april 2010 zijn agrarisch adviseurs door de provincie geïnformeerd over dit beleidskader. Hieronder volgt een samenvatting van zowel het beleidskader (en bijbehorende beleidsregel) als de informatiebijeenkomst.
Crisis en Herstelwet
Op 31 maart 2010 is de Crisis en Herstelwet in werking getreden. Hierdoor is o.a. de Natuurbeschermingswet 1998 gewijzigd. Een van de wijzigingen houdt in dat er bijvoorbeeld geen Natuurbeschermingswetvergunning nodig is als een ondernemer kan aantonen dat de depositie niet toeneemt ten opzichte van de peildatum 7 december 2004. Dit betekent echter niet dat er geen voorwaarden gelden als de depositie niet toeneemt. Een andere wijziging van de Natuurbeschermingswet houdt namelijk in dat de verantwoordelijkheid voor de afname van de stikstofdepositie op Natura2000 gebieden is verschoven van de individuele ondernemer naar de Provincie. Dit geeft de provincie de mogelijkheid om aanvullende maatregelen te treffen. De provincie Overijssel heeft deze aanvullende maatregelen opgenomen in het beleidskader.
Status van het beleidskader
Op 13 april hebben Gedeputeerde Staten van Overijssel het beleidskader "Natura 2000 en stikstof voor veehouderijen" vastgesteld. Het beleidskader vormt de basis voor een verordening ". Wanneer de verordening door Provinciale Staten vastgesteld wordt is op dit moment niet duidelijk. Tijdens de informatiebijeenkomst werd gezegd er nog diverse politieke discussies aan de vaststelling van de verordening vooraf zullen gaan. Hierdoor is het onduidelijk of de verordening conform het beleidskader wordt vastgesteld. Maar omdat het beleidskader wel de denkwijzen van de provincie weergeeft willen we deze toch communiceren.
Doel van het beleidskader
Het doel van het beleidskader is om een kader te bieden voor de vergunningverlening in het kader van de Natuurbeschermingswet. De ammoniakdepositie moet dalen via de aanpak die in het beleidskader is uitgewerkt.
Samenvatting van het beleidskader
Om te bepalen of voor een project een vergunning moet worden aangevraagd moet worden nagegaan of er een wijziging optreedt ten opzichte van de situatie op 1 oktober 2005. Vervolgens zijn er 2 mogelijkheden:Indien er een wijziging plaatsvindt, maar de ondernemer kan aantonen dat de ammoniakdepositie niet toeneemt ten opzichte van de ammoniakdepositie van 7 december 2004, dan heeft de ondernemer in principe geen vergunning nodig voor zijn bedrijfsontwikkeling. Indien er een wijziging plaatsvindt en de ammoniakdepositie neemt wel toe ten opzichte van de ammoniakdepositie van 7 december 2004, heeft de ondernemer wel een vergunning nodig. Een vergunning wordt verleend onder bepaalde voorwaarden. Om te bepalen wat de voorwaarden zijn wordt de nieuwe situatie vergeleken met de situatie op 1 februari 2009. Aan de hand van het feitelijk aantal dieren op 1 februari 2009 wordt per bedrijf een gecorrigeerd emissieplafond ingevoerd. Het gecorrigeerd emissieplafond is het daadwerkelijk aantal aanwezige dieren op 1 februari 2009 vermenigvuldigd met het emissieniveau per dierplaats conform de AmvB-huisvesting. Het gecorrigeerd emissieplafond is het uitgangspunt voor de vergunningverlening en voor de voorwaarden die aan de vergunning wordt verbonden. Om te bepalen welke voorwaarden van kracht zijn voor een bedrijf na de uitbreiding, hanteert de provincie tot en met 2013 een drempelwaarde van 1% van de kritische depositiewaarde. De voorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen zijn verschillend voor bedrijven boven en onder de drempelwaarde.
Veehouderijen met een depositie onder de drempelwaarde
Op dit moment heeft ongeveer 92% van de veehouderijbedrijven een depositie beneden de drempelwaarde. Uitgangspunt voor deze bedrijven is dat door de bedrijfontwikkeling de totale emissie van alle veehouderijen met een directe depositie niet mag toenemen. Hiervoor worden de volgende voorwaarden gesteld:Bij toetsing van een bedrijf aan de Natuurbeschermingswet wordt het emissieplafond per bedrijf verlaagd tot het gecorrigeerd emissieplafond.Om de ontwikkeling naar de nieuwe situatie te borgen, mag eenmalig tot maximaal 50% van de emissiereductie ten gevolge van het gecorrigeerde emissieplafond worden benut voor bedrijfsontwikkeling.Bij plannen en projecten waarbij uitbreiding van het aantal dieren aan de orde is (een uitbreiding van een stal of de bouw van een nieuwe stal) dienen verdere toenamen van emissie ten opzichte van het gecorrigeerde emissieplafond door techniek en/of externe en/of interne saldering teniet gedaan.In 2028 (einde derde beheerplanperiode) moet het gehele bedrijf voldoen aan de emissienormen "einde derde beheerplanperiode".
Veehouderijen met een depositie boven de drempelwaarde
Op dit moment heeft ongeveer 8% van de veehouderijbedrijven (circa 920 bedrijven) een depositie boven de drempelwaarde. Bij toetsing van een bedrijf aan de Natuurbeschermingswet wordt het emissieplafond per bedrijf verlaagd tot het gecorrigeerd emissieplafond.Bij plannen en projecten waarbij uitbreiding van het aantal dieren aan de orde is (een uitbreiding van een stal of de bouw van een nieuwe stal) moet over de uitbreiding de 'emissiewaarde derde beheerplanperiode’ worden toegepast.Indien ondanks de toepassing van techniek de depositie stijgt, dient deze toename teniet gedaan te worden door interne en/of externe saldering. In 2028 is ‘emissiewaarde derde beheerplanperiode’ per dierplaats toegepast over de gehele bedrijfsvoering (emissiewaarde onderstaande tabel)Er ontstaat geen piekbelasting: de depositie die wordt veroorzaakt op habitattypen is minder dan 50 % van de kritische depositiewaarde.
Piekbelastingen
Er wordt geen vergunning verleend als na bedrijfsontwikkeling nog steeds sprake is van piekbelasting, tenzij door het toepassen van techniek de piekbelasting alsnog wordt weggenomen. Indien de piekbelasting wordt weggenomen worden de hierboven genoemde voorwaarden verbonden aan de vergunning.
Salderen
Voor het salderen wil de provincie een salderingsbank opzetten. Stoppende bedrijven na 1 februari 2009 worden (na het inwerkingtreden van de salderingsbank) verplicht hun depositie aan de salderingsbank te "verkopen". Bedrijven die voor hun uitbreiding moeten salderen kunnen allen uitbreiden nadat ze rechten uit de salderingsbank hebben verworven. De waarde van rechten uit de salderingsbank is nihil (€ 0,-). Over de wijze waarop de rechten uit de salderingsbank worden verdeeld heeft de provincie nog geen besluit genomen.
|