home
Wijziging regeling ammoniak en veehouderij
Op 29 juni is een wijziging van de Regeling Ammoniak en Veehouderij (RAV) in de Staatscourant gepubliceerd. Met deze wijziging zijn een aantal stalsystemen aan de RAV toegevoegd. Hierbij is een nieuwe categorie geïntroduceerd, namelijk 'additionele technieken' bij varkens. Het systeem met drijvende ballen is hierin opgenomen. 

De nieuwe vormen van emissiearme huisvesting betreffen een nieuw type ligboxenstal voor melkvee met een sleufvloer met noppen en een mestschuif; een stal met mestbeluchting via buizen onder de beun voor (groot)ouderdieren van vleeskuikens; een stal met warmtewisselaar voor vleeskuikens en een gecombineerde luchtwasser voor varkens. De gecombineerde luchtwasser voor varkens is ook goedgekeurd als luchtwasser onder de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv).
Voorts is binnen de RAV de techniek met drijvende ballen in de mest toegevoegd om de ammoniakemissie in de varkenshouderij te verminderen. Die zouden de uitstoot met bijna 30% doen afnemen.

Onderstaand een toelichting van de wijzigingen per diercategorie:
 

Bij de diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar (A 1) is een nieuw huisvestingssysteem “Ligboxenstal met sleufvloer met noppen en mestschuif” toegevoegd (Rav-nr. A 1.8) met systeem-nummer BWL 2010.14. De emissiefactor is voor beweiden en permanent opstallen vastgesteld op respectievelijk 7,7 en 9,2 kg NH3 per dierplaats per jaar.
 

Bij alle diercategorieën (D 1.1 biggenopfok, D1.2 kraamzeugen e.a., D 1.3 guste en dragende zeugen, D 2 dekberen en D 3 vleesvarkens e.a.) is onder de subcategorieën D 1.1.15.4, D 1.2.17.4, D 1.3.12.4, D 2.4.4 en D 3.2.15.4 een nieuw gecombineerd luchtwassysteem (85% emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser toegevoegd, aangeduid met systeemnummer BWL 2010.02.

Onder de hoofdcategorie D (varkens) is een nieuwe categorie ‘additionele technieken’ (D 4) toegevoegd. Binnen deze categorie is vooralsnog één nieuw systeem opgenomen. De techniek ‘drijvende ballen in de mest 29% emissiereductie (BWL 2010.01) is te combineren met verschillende huisvestingssystemen zoals aangegeven in eindnoot 17.
 

Bij de diercategorieën E 1 (opfokhennen e.a.), E 2 (legkippen e.a.), E 4 ((groot-)ouderdieren van vleeskuikens) en E 5 (vleeskuikens) is de verwijzing naar categorie E 6 (‘additionele technieken voor mestbewerking en mestopslag’, eerder aangeduid als ‘nageschakelde technieken’) komen te vervallen, omdat de verwijzing naar eindnoot 6 bij de betreffende huisvestingssystemen reeds voldoende duidelijkheid geeft.

Bij de diercategorie E 4 ((groot-)ouderdieren van vleeskuikens) is onder Rav-nr. E 4.4.3 een nieuw huisvestingssysteem ‘Grondhuisvesting met mestbeluchting via buizen onder de beun’ toegevoegd met systeemnummer BWL 2010.03. De bijbehorende emissiefactor is vastgesteld op 0,435 kg NH3 per dierplaats per jaar.Bij de diercategorie E 5 (vleeskuikens) is een nieuw huisvestingssysteem ‘warmtewisselaar met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag’ (E 5.11) toegevoegd met systeemnummer BWL 2010.13. Aan dit systeem is op basis van expert-judgement en de eerste meetresultaten een voorlo-pige emissiefactor toegekend. Deze is vastgesteld op 0,045 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Daarnaast zijn alle eindnoten in verband met de hanteerbaarheid aan de huisvestingssystemen gekoppeld. Verder wordt in deze bijlage een groot aantal wijzigingen aangebracht die voortvloeien uit de actualisering van systeembeschrijvingen. Vele BB nummers hebben daarmee een BWL nummer gekregen. In de toelichting in de staatscourant is een omrekentabel te vinden. De wijzigingen in de RAV treden met terugwerkende kracht per 1 juni 2010 in werking.