|
Bedrijfsontwikkelingsplannen moeten vóór 1 april 2010 bij de gemeente liggen
Het Actieplan Ammoniak en Veehouderij is (na enig uitstel) op 1 december 2009 door minister Cramer (VROM) aangeboden aan de Tweede Kamer. Het Actieplan biedt extra tijd aan de naar schatting 4.100 varkens- en 600 pluimveebedrijven die per 1 januari 2010 niet voldoen aan de maximale emissiewaarden voor ammoniak uit het Besluit huisvesting.
In het actieplan is vastgelegd wanneer bedrijven uitstel krijgen, voor hoelang en onder welke voorwaarden. Om in aanmerking te komen voor gedoogbeleid moeten deze bedrijven vóór 1 april 2010 een bedrijfsontwikkelingsplan indienen bij de gemeente.
Actieplan Ammoniak Veehouderij en gedoogbeleid
Aan het Actieplan ligt een gedoogbeleid ten grondslag. Onder bepaalde voorwaarden wordt gedoogd dat veehouderijen het Besluit huisvesting overtreden. In het Actieplan krijgt iedere gedoogcategorie een eigen termijn voor het aanvragen van een vergunning en het realiseren van de (stal)aanpassingen. Sommige veehouderijen moeten dus eerder de noodzakelijke aanpassingen doorvoeren, anderen later tot uiterlijk 2013.
Standaard wordt een termijn aangehouden van 1 jaar tussen vergunningverlening en realisatie. Voor sectoren met een lange productiecyclus zoals bij pluimvee kan een termijn van 1½ jaar voorkomen. De einddatum waarop de stallen aangepast of gebouwd moeten zijn, ligt vast. Wanneer de procedures vroeg of vlot worden doorlopen, houdt de veehouder dus meer tijd over voor de uitvoering (bouwen of verbouwen). Ook wordt rekening gehouden met overlappende dierwelzijnseisen en andere milieueisen. Zo is voor legpluimveebedrijven die omschakelen van batterijhuisvesting naar niet-batterij huisvesting (alternatief) de termijn tot 1 januari 2012 van het 'welzijnsbesluit' overgenomen.
Categorie-indeling
De categorieën in het Actieplan zijn onder te verdelen in twee hoofdgroepen: de blijvers en de stoppers. Voor stoppers geldt als hoofdregel dat uiterlijk 1 januari 2016 de vergunning wordt ingetrokken mits uiterlijk op 1 januari 2013 dezelfde reductie wordt gerealiseerd als wanneer zou worden voldaan aan het Besluit huisvesting.
Fijnstof
Bedrijven die ‘prioritair knelpunt' zijn voor wat betreft de emissie van fijnstof moeten al wel medio 2011 klaar zijn. Vertragingen in vergunningverlening hebben geen nadelige gevolgen voor de termijnen voor aanpassing. Ook mogen pluimveebedrijven rekening houden met hun productiecyclus. Stoppende bedrijven en bedrijven die worden verplaatst, hebben hiervoor tot 1 januari 2013 de tijd. Als ze op 1 januari 2013 niet zijn gestopt, moeten ze - om door te mogen gaan - per direct alsnog emissiereducerende maatregelen treffen. Per 1 januari 2013 moet uiteindelijk de gehele beoogde reductie van ammoniak zijn bereikt.
Aankondiging maatregelen melkvee
Ongeveer 90% van de nationale ammoniakemissie is afkomstig uit de landbouw, hiervan is ongeveer de helft afkomstig van de melkveehouderij. Vanaf 2012 zal de melkveehouderij een bijdrage moeten leveren aan reductie van ammoniakemissie. In het actieplan wordt in hoofdlijnen de aanpak hiervan omschreven.
Meer weten? Neem dan contact op met uw accountmanager of stuur een bericht naar onze klantenservice.
***** Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend*****
Infocentrum Wet- & Regelgeving
(onderdeel van Team Huisvesting & Vergunningen)
|