Voorpublicatie ‘Stoppersregeling Actieplan ammoniak’8-2-2012
Veehouders die willen stoppen na 2013 kunnen tot 2020 gebruik maken van een stoppers-
regeling, aldus het Actieplan Ammoniak. Deze bedrijven moeten dan wel vanaf 1 januari 2013 voldoen aan de emissie-eisen van het Besluit Huisvesting. Dit mag echter gerealiseerd worden met andere maatregelen dan emissiearme stalsystemen.
Op 3 februari is de vooraankondiging van de stoppersregeling gepubliceerd op de site van InfoMil. Het betreft een beleidsdocument van de Werkgroep Actieplan Ammoniak, dat ingaat op de inhoud van de stoppersregeling.
Daarnaast is de voorlopige lijst met stoppersmaatregelen gepubliceerd. Deze lijst bevat snel inzetbare, mogelijk tijdelijke maatregelen zoals toepassing van veevoer met een verlaagd eiwitgehalte, verdunnen van mest met water, aanzuren van mest, een verfijning van fasevoedering en toepassing van balansballen in combinatie met toevoeging van benzoëzuur aan het voer. Deze lijst kan in de toekomst worden aangevuld.
Voorwaarden om te worden aangemerkt als stoppend bedrijf
-
Het bedrijf valt niet onder de werking van de IPPC-richtlijn.
-
Het bedrijf heeft via een Bedrijfsontwikkelingsplan (BOP) aangegeven dat het vóór 1 januari 2020 stopt met het houden van varkens of kippen. Hetzij door het invullen van categorie C1 of C2, dan wel via een schriftelijke verklaring aan de gemeente vóór 1 juli 2012.
-
Alleen op grond van feiten of omstandigheden die zich ná 1 juli 2012 hebben voorgedaan, kan een bedrijf zich na deze datum alsnog als stopper melden (bijvoorbeeld vanwege uitblijven van vergunningen of financiering).
-
Het bedrijf heeft het feitelijk aanwezige aantal varkens of kippen niet uitgebreid t.o.v. het aantal dat op 1 januari 2010 was vergund of - als het feitelijk aanwezige aantal toen lager was – t.o.v. het aantal waarvoor op 1 januari 2010 stalruimte aanwezig was.
-
Binnen de hoofdcategorie varkens en de hoofdcategorie kippen mag gewisseld worden van diercategorie (bijvoorbeeld zeugen of een deel ervan vervangen door vleesvarkens). Uitgangspunt is dat de totale ammoniakemissie per hoofdcategorie niet toeneemt.
-
Een bedrijf dat gebruik maakt van de ‘stoppersregeling’ kan in de periode na 2013 besluiten uit te breiden. Let wel: het bedrijf kan dan niet meer beschouwd worden als stoppend bedrijf. Zodra meer dieren gehouden worden of de ammoniakemissie toeneemt ten opzichte van wat op grond van de stoppersregeling is toegestaan, moet het gehele bedrijf voldoen aan de emissie-eisen van het Besluit huisvesting.
Verplichtingen voor stoppende bedrijven
Het stoppende bedrijf meldt tijdig aan het bevoegd gezag op welke wijze aan het Besluit huisvesting wordt voldaan. Deze melding omvat:
-
Een opgave van de maatregelen die worden getroffen.
-
Een berekening van de ammoniakemissie van het bedrijf, waaruit blijkt dat aan het Besluit huisvesting wordt voldaan.
Als het stoppende bedrijf daarna wijzigingen aanbrengt in de eerder gemelde emissiereducerende maatregelen, meldt zij dat bij de gemeente minimaal één maand voor de wijziging. De melding omvat:
-
Een beschrijving van de wijziging van de maatregelen.
-
Een berekening van de ammoniakemissie van het bedrijf, waaruit blijkt dat aan het Besluit huisvesting zal worden voldaan.
-
De bovenstaande meldingen worden gedaan als onderdeel van een melding op grond van het Activiteitenbesluit, dan wel als onderdeel van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Status
De stoppersregeling wordt vormgegeven via een ministeriële regeling en een aanpassing van het Besluit huisvesting. Het is de bedoeling dat deze uiterlijk 1 januari 2013 in werking treden.
(Bron: InfoMil)
***** Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend*****
Infocentrum Wet- & Regelgeving
(onderdeel van Team Huisvesting & Vergunningen)