home arrow Over Hendrix arrow Nieuws arrow W&R: Evaluatie meststoffenwet 2007
W&R: Evaluatie meststoffenwet 2007
In een brief aan de Tweede Kamer van 3 december jl. geeft minister Verburg een reactie op de Evaluatie van de Meststoffenwet 2007. De belangrijkste punten uit de brief:

1. Productierechten - opheffen concentratiegebieden 01-01-2008
Tot 1 januari 2008 is het verboden om dierrechten te verplaatsen tussen de verschillende concentratiegebieden in het oosten van het land (Gelderland en Overijssel) en het zuiden van het land (Noord-Brabant en Limburg) en naar een concentratiegebied toe. Dit verbod vervalt op 1 januari 2008. Na deze datum kunnen dierrechten vrij verplaatst worden door heel Nederland. Het onderscheid tussen varkens- en pluimveerechten blijft voorlopig gehandhaafd. Uit de evaluatie volgt dat het op dit moment NIET verantwoord is om het stelsel van dierrechten op te heffen vooruitlopend op de in de wet voorziene vervaldatum van 1 januari 2015. Een apart plafond op de mestproductie blijft noodzakelijk om toename van het mestoverschot te voorkomen.  

2. Aangepaste normen

  1. De werkingscoëfficiënt voor drijfmest wordt in 2008 verhoogd van 60% naar 65%.
  2. De stikstofgebruiksnormen voor consumptieaardappelen op zandgronden worden per 1 januari 2009 verlaagd. 
  3. De stikstofgebruiksnormen voor maïs op bedrijven zonder derogatie, broccoli en Chinese kool op zand- en lössgronden worden per 1 januari 2009 verlaagd ten opzichte van de norm van 2006. 
  4. De fosfaatgebruiksnorm voor gras- en bouwland in 2009 blijft gehandhaafd op het niveau van 2008.

Een overzicht van de gewijzigde normen voor 2008-2009:

Fosfaatgebruiksnorm
Voor fosfaat worden in 2009 dezelfde normen als 2008 aangehouden.  

   2008  2009
Grasland   100 100
Bouwland   85 85

Stikstofgebruiksnormen
voor de jaren 2008 en 2009 voor akker- en tuinbouwgewassen op zand- en lössgronden waarvoor een korting wordt doorgevoerd (kg N/ha). 

  2008 2009 
Zand     
consumptieaardappelen hoog    275   270
consumptieaardappelen overig    250   245
consumptieaardappelen laag    225   220
     
Zand en löss     
maïs (bedrijven zonder derogatie)   175   150
broccoli    255   245
Chinese kool    170   160
     
Löss     
wintertarwe    220   195

Wijziging werkingscoëfficiënt drijfmest
De Werkingscoëfficiënt voor drijfmest op zand- en lössgronden wordt verhoogd van 60% naar 65%. Dit gebeurt om ondernemers te stimuleren dierlijke mest aan te wenden op het moment dat de mineralenopname door het gewas het grootst is.

3. Mestverwerking - dierlijke mest als kunstmest
Deze maand is een studie afgerond naar de mogelijkheden van kunstmestvervangers uit dierlijke mest met als titel "Verkenning perspectieven van producten uit mestverwerking voor toelating als EG-meststof". Uit deze studie blijkt dat verwerking van zowel drijfmest als digestaat via een combinatie van technieken (omgekeerde osmose in combinatie met ultrafiltratie), een product oplevert met perspectief om aangemerkt te worden als EG-meststof. Het betreft een stikstof- en kalimeststof met een uitzonderlijk laag organisch stofgehalte.
Samen met de sector wordt het traject in gang gezet om het product te kunnen verhandelen als (EG)meststof en toe te mogen passen als kunstmestvervanger.

4. Stalbalans - stikstofcorrectie
De gasvormige verliezen voor vaste varkensmest en geitenmest lijken te laag te zijn. Ook twijfelt de sector aan de hoogte van gasvormige verliezen bij vleesvarkensdrijfmest. Vanwege vragen vanuit de sector over afwijkingen in de stalbalansen heeft minister Verburg behalve naar de excretie van varkens en geiten ook aanvullend onderzoek laten uitvoeren naar de excretie van jongvee en vleesvee.

Minister Verburg heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) gevraagd de stalbalansen en de forfaits voor de gasvormige verliezen nog eens kritisch tegen het licht te houden. De CDM heeft onderzocht of er systematische fouten in de stalbalansen en forfaits zitten. Het advies van de CDM en het onderliggende rapport zijn nog in de afrondingsfase. De resultaten worden besproken met de sector. Voor het einde van het jaar wordt in overleg met de sector gekeken tot welke aanpassingen het advies en de praktijkervaringen leiden.

5. Handreiking Bedrijfsspecifieke excretie
Een toenemend aantal melkveebedrijven maakt gebruik van de Handreiking bedrijfsspecifieke excretie. Uit de evaluatie blijkt dat de handreiking op een aantal punten verbeterd moet worden. Het gaat hier om hulpmiddelen in het rekenprogramma en aanpassingen in de rekenmethodiek. Voor de start van het nieuwe weide- en inkuilseizoen volgt aanvullende informatie over de aanpassingen van de handreiking.

6. Verhandelen meststoffen
De voorschriften voor het verhandelen van meststoffen uit de Meststoffenwet 1947 en de voorschriften uit het Besluit gebruik en kwaliteit overige organische meststoffen (BOOM) worden per 1 januari 2008 overgeheveld naar de Meststoffenwet. Gebruiksregels worden opgenomen in het Besluit gebruik meststoffen (Bgm). Verder geeft dit besluit maximaal toegestane doseringen en uitrijregels aan. 

In plaats van gedetailleerde voorschriften voor ieder type meststof bevat het besluit nu een systematiek van generieke voorschriften die zoveel mogelijk voor alle meststoffen gelijk zijn. Individuele ontheffingen voor reststromen of afvalstoffen (bijvoorbeeld spuiwater afkomstig van een luchtwasser) worden niet langer verleend. In plaats daarvan komt er een generieke aanwijzing van rest- of afvalstromen. De gebruiker van de meststoffen kan aan de hand van het etiket en de gebruiksaanwijzing van de meststoffen beoordelen of het product geschikt is in zijn situatie. De producent is verantwoordelijk voor levering van een product dat aan de verhandelingseisen voldoet.

In de brief wordt niet ingegaan op de discussie rondom de toetsdiepte van nitraat.

(Bron: Ministerie van LNV, 03/12/07)  

Meer weten? Neem dan contact op met uw regionale Hendrix UTD dealer.

***** Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend*****
Infocentrum Wet- & Regelgeving
(onderdeel van Team Huisvesting & Vergunningen)