| Uitval voor spenen |
|
Wilt u ook uw rendement in de kraamstal verhogen? Vul dan het formulier in en wij nemen contact met u op. Hendrix UTD heeft onderzoek gedaan naar de voornaamste factoren die van invloed zijn op biggensterfte in de kraamstal. Uitval in de kraamafdeling vormt het hoogste risico op een negatief rendement van een zeugenbedrijf. Er is gekeken naar oorzaken van uitval vanaf de geboorte tot aan spenen. In totaal hebben 33 bedrijven met elk gemiddeld 500 zeugen hun medewerking verleend aan dit onderzoek. Dit is een steekproef van de doorsnee Nederlandse zeugenhouderij. Er zijn in totaal 81 factoren, onderverdeeld naar dekken, dracht en kraamstal, aan de deelnemende bedrijven voorgelegd. Bij elke fase is gekeken naar management, voeding, gezondheid, fokkerij, klimaat, huisvesting en technische kengetallen. Vervolgens zijn de belangrijkste factoren onder de loep genomen en daarvan zijn een aantal op film gezet.
Kernconclusies Het onderzoek wijst ook uit dat het voorkomen van afkoeling van de biggen uitval verlaagt. Extra aandacht rond het werpen (het aantal controlemomenten), bij voorkeur door een vast persoon, verhoogt het aantal gespeende biggen per worp. Inleiden van de zeug leidt tot meer doodgeboren biggen. Een tijdige en goede overschakeling van dracht– naar lactovoer pakt gunstig uit voor een lage uitval. Het aantal voerbeurten per dag dient zeker de eerste dagen na werpen beperkt te worden en op een vast moment te zijn. Meer voermomenten zorgen voor meer onrust bij de zeug. De inzichten die dit onderzoek heeft opgeleverd, bieden duidelijke handvatten om de uitval in de kraamstal te verlagen. Zeugenhouders kunnen met de resultaten van het onderzoek gebruik maken van het genetisch potentieel, wat uiteindelijk leidt tot meer rendement. Wilt u ook uw rendement in de kraamstal verhogen? Vul dan het formulier in en wij nemen contact met u op. |

